ECLI:NL:CRVB:2023:2174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor gestolen huisraad en kleding
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand wegens de vervanging van gestolen huisraad en winterkleding nadat zij was opgenomen in het ziekenhuis en haar inboedelverzekeraar de schade niet vergoedde.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag af omdat de kosten als algemeen noodzakelijke bestaanskosten worden beschouwd die uit het inkomen of via sparen of een lening moeten worden voldaan. Appellante had de mogelijkheid een lening af te sluiten bij de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) om de kosten gespreid te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat een lening bij de GKB een passende voorliggende voorziening is. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en overwoog dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die recht geven op bijzondere bijstand.
De Raad stelde vast dat het college terecht heeft geoordeeld dat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en dat de beleidsregels van de gemeente Den Haag dit standpunt ondersteunen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat appellante de kosten gespreid kon betalen via een lening bij de gemeentelijke kredietbank.