Uitspraak
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen, waarbij hij verklaarde alleen op een opgegeven adres te wonen. Na een onderzoek, inclusief huisbezoek en gesprek, bleek dat appellant geen eigen sleutel had, geen persoonlijke eigendommen kon tonen en zijn verklaringen niet overeenkwamen met de feitelijke situatie. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres had.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit van het college. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat hij mogelijk recht had op een daklozenuitkering indien hij geen vaste woon- of verblijfplaats had. De Raad oordeelde dat het college terecht het besluit baseerde op het niet voldoen aan de inlichtingenplicht en dat het niet aan het college was om ambtshalve te onderzoeken of appellant als adresloze in aanmerking kwam voor bijstand.
De Raad concludeerde dat de onderzoeksbevindingen voldoende feitelijke grondslag boden om het besluit te handhaven. Het hoger beroep werd afgewezen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt terecht afgewezen omdat appellant zijn hoofdverblijf niet op het opgegeven adres aannemelijk heeft gemaakt.