Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:2196

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
21/2672 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en proceskostenveroordeling

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.

De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens op verzoek van appellante het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep. De proceskostenvergoeding is vastgesteld op €1.714,04, bestaande uit punten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting, plus reiskosten.

Daarnaast is het UWV verplicht het griffierecht te vergoeden dat appellante voor zowel de beroeps- als hoger beroepsprocedure heeft betaald, een bedrag van €182. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 november 2023.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 november 2023
21/2672 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 11 juni 2021, 20/2358 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.J. van der Meulen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 maart 2022. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Meulen. Het Uwv heeft zich via videobellen laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een deskundige benoemd. Op 6 maart 2023 heeft L. Greveling-Fockens, verzekeringsarts, een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 3 augustus 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter nadere zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 3 augustus 2023 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Voor een vergoeding van de in beroep gemaakte kosten bestaat geen grond, reeds omdat van proceshandelingen in deze procedure die voor vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in aanmerking komen, niet is gebleken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.674,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en op € 40,04 aan reiskosten. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding dus € 1.714,04‬.‬
Daarnaast zal het Uwv het door appellante voor het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht moeten vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.714,04‬‬;
  • bepaalt dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal
Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 november 2023.
(getekend) E.W. Akkerman
(getekend) M.D.F. de Moor