ECLI:NL:CRVB:2023:2205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient het griffierecht te worden betaald bij het indienen van het beroepschrift, en dit is overeenkomstig van toepassing op hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. Appellante is bij brief en aangetekende brief meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de termijn betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander in aanwezigheid van griffier S. Pouw.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De indiener van het verzetschrift kan verzoeken om te worden gehoord.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.