ECLI:NL:CRVB:2023:2207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens onveranderde medische beperkingen na WIA-beoordeling
Appellant was werkzaam als medewerker akkerbouw en meldde zich op 27 november 2017 ziek. Na een WIA-beoordeling in februari 2021 werd vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor hij geen WIA-uitkering kreeg, maar wel geschikt werd geacht voor drie andere functies. Op 8 november 2021 meldde appellant zich opnieuw ziek en vroeg ziekengeld aan, dat door het Uwv werd geweigerd omdat de medische beperkingen niet waren toegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat appellant niet voldeed aan de criteria voor toekenning van ziekengeld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door zijn medische beperkingen niet in staat was de eerder geselecteerde functies te verrichten, onder meer vanwege medicijngebruik dat autorijden zou verhinderen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat volgens vaste rechtspraak het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor het laatst verrichte werk, met een uitzondering wanneer een WIA-beoordeling is gedaan. De Raad bevestigt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen en dat de geselecteerde functies passend blijven. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van ziekengeld blijft gehandhaafd. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld per 8 november 2021 wegens onveranderde medische beperkingen.