Uitspraak
ZW-uitkering gebleven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een Ziektewetuitkering na een myocardinfarct en andere medische beperkingen. Het UWV beëindigde de uitkering per 28 augustus 2021 op grond van een arbeidskundig en medisch onderzoek waaruit bleek dat appellant passende functies kon verrichten die meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon opleveren.
Appellant voerde psychische en fysieke klachten aan die onvoldoende zijn meegewogen, waaronder depressieve klachten, angst, trombose in het linkerbeen en energetische beperkingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde echter vast dat deze klachten niet zodanig waren dat appellant niet geschikt zou zijn voor passend werk. Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies medisch passend zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de medische beperkingen en dat de functies machinaal metaalbewerker en wikkelaar passend zijn. Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering blijft in stand omdat appellant passende functies kan verrichten.