ECLI:NL:CRVB:2023:2244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding in hoger beroep WIA
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het hogerberoepschrift ruim na de uiterste termijn was ingediend.
Appellant voerde in verzet aan dat hij door psychische beperkingen niet tijdig hulp kon regelen om binnen de termijn te reageren. Zijn echtgenote bevestigde dit tijdens de zitting. Tevens werden medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat appellant psychische klachten heeft en in 2012 is opgenomen.
De Raad oordeelde dat de overgelegde medische stukken onvoldoende inzicht geven in de relevante periode rondom de termijnoverschrijding. Een brief van een behandelaar verklaarde expliciet geen verklaring te kunnen geven over de periode van de termijnoverschrijding. De termijnoverschrijding bedroeg meerdere maanden en op basis van de verklaringen was niet aannemelijk dat appellant en zijn echtgenote gedurende de gehele periode niet in staat waren om hoger beroep in te stellen of hulp te zoeken.
Gelet op deze omstandigheden handhaaft de Raad het oordeel dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en verklaart het verzet ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.