ECLI:NL:CRVB:2023:2250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing dwangsom bij melding en aanvraag beschermd wonen Wmo 2015
Appellant deed namens zich een melding van behoefte aan beschermd wonen op grond van de Wmo 2015. Het college startte een onderzoek, waarna appellant pas later een formele aanvraag indiende. Appellant stelde dat een e-mailbericht van 1 april 2020 als aanvraag moest worden gezien en dat het college te laat had beslist, waardoor recht op dwangsom zou ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat het e-mailbericht geen aanvraag was, maar slechts een vraag naar de stand van zaken, en dat de ingebrekestelling daarom prematuur was. Het college had binnen de wettelijke termijn op de daadwerkelijke aanvraag beslist, waardoor geen dwangsom verschuldigd was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad benadrukt dat volgens de Wmo 2015 eerst een melding moet worden gedaan, waarna na afronding van het onderzoek of zes weken daarna een aanvraag kan worden ingediend. Het e-mailbericht van 1 april 2020 bevatte geen verzoek om een besluit en kwalificeert niet als aanvraag. Het college hoefde appellant ook niet de gelegenheid te bieden de aanvraag aan te vullen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het e-mailbericht geen aanvraag was en dat het college geen dwangsom verschuldigd is.