ECLI:NL:CRVB:2023:2259

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
20/4476 AOW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:104 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep bij hoger beroep tegen verzetsuitspraak

In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak op verzet van de rechtbank Overijssel. De Centrale Raad van Beroep heeft zich echter onbevoegd verklaard om van dit hoger beroep kennis te nemen, omdat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, bepaalt dat hoger beroep tegen een verzetsuitspraak niet mogelijk is.

De Raad heeft in eerdere uitspraken, waaronder die van 15 maart 2023 en 19 maart 2015, bevestigd dat alleen in uitzonderlijke gevallen waarin sprake is van een ernstige schending van fundamentele rechtsbeginselen of de eisen van een goede procesorde, hoger beroep tegen een verzetsuitspraak kan worden toegestaan. In deze zaak heeft appellante geen zodanige ernstige schending kunnen aantonen.

Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond en wijst het hoger beroep af. Tevens is er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer, waarbij appellante niet is verschenen.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de Raad verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Uitspraak

20 4476 AOW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 13 november 2020, 20/354 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 24 november 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: L.C. van Bentum
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In de uitspraak van 15 september 2023 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard om van het hoger beroep kennis te nemen. De reden hiervoor was dat appellante hoger beroep had ingesteld tegen een uitspaak op verzet en dat is op grond van de Algemene wet bestuursrecht niet mogelijk. Dit staat in artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb.
Appellante heeft verzet gedaan.
Zoals de Raad in de uitspraak van 15 maart 2023 heeft overwogen is het niet mogelijk hoger beroep in te stellen tegen een verzetsuitspraak. Dit lijdt slechts uitzondering indien zich een zodanig ernstige schending van de eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen heeft voorgedaan, dat van een eerlijke en onafhankelijke behandeling niet meer kan worden gesproken (zie de uitspraak van de Raad van 19 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:946). Wat appellante heeft aangevoerd, biedt geen grond voor het oordeel dat zich in dit geval een zodanig ernstige schending heeft voorgedaan.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L.C. van Bentum (getekend) J. C. Boeree