ECLI:NL:CRVB:2023:2259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep bij hoger beroep tegen verzetsuitspraak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak op verzet van de rechtbank Overijssel. De Centrale Raad van Beroep heeft zich echter onbevoegd verklaard om van dit hoger beroep kennis te nemen, omdat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, bepaalt dat hoger beroep tegen een verzetsuitspraak niet mogelijk is.
De Raad heeft in eerdere uitspraken, waaronder die van 15 maart 2023 en 19 maart 2015, bevestigd dat alleen in uitzonderlijke gevallen waarin sprake is van een ernstige schending van fundamentele rechtsbeginselen of de eisen van een goede procesorde, hoger beroep tegen een verzetsuitspraak kan worden toegestaan. In deze zaak heeft appellante geen zodanige ernstige schending kunnen aantonen.
Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond en wijst het hoger beroep af. Tevens is er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer, waarbij appellante niet is verschenen.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de Raad verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.