Uitspraak
21 2339 WIA
19 mei 2021, 20/1805 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.L.K. Dagmar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als tuinbouwmedewerker en postsorteerder en meldde zich in 2006 ziek met longklachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe, die in de loop der jaren werd aangepast op basis van medische beoordelingen. In 2019 meldde appellante een verslechtering van haar gezondheid. Een arts stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 25 juni 2019, waarop het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid per 14 mei 2019 vaststelde op 42,96%.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat, onderbouwd met medische stukken van 2022. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot een hogere mate van beperkingen op de datum in geschil. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat de overgelegde informatie geen betrekking heeft op de datum 14 mei 2019.
De Raad concludeert dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld en de hoogte van de WGA-uitkering niet hoeft te wijzigen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 42,96% arbeidsongeschiktheid per 14 mei 2019 wordt bevestigd.