ECLI:NL:CRVB:2023:2292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid hoger beroep tegen verzetsuitspraak in AOW-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 24 november 2023 uitspraak gedaan over het hoger beroep dat appellante had ingesteld tegen een uitspraak op verzet in een AOW-zaak. De Raad heeft zich onbevoegd verklaard om van het hoger beroep kennis te nemen, omdat hoger beroep tegen een verzetsuitspraak niet is toegestaan op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellante had verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak, maar de Raad heeft bevestigd dat hoger beroep tegen een verzetsuitspraak slechts mogelijk is in uitzonderlijke gevallen waarin sprake is van een ernstige schending van de eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. In deze zaak heeft appellante geen voldoende gronden aangevoerd om een dergelijke ernstige schending aan te tonen.
Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en wees zij het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de beperkte mogelijkheden tot hoger beroep tegen verzetsuitspraak binnen het bestuursrechtelijke kader van de Awb.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep tegen de verzetsuitspraak wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegdheid.