ECLI:NL:CRVB:2023:230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Appellant was aanvankelijk volledig arbeidsongeschikt en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering. Na een herbeoordeling op verzoek van de werkgever stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en appellant onvoldoende nadere medische informatie had aangeleverd. De verzekeringsartsen hadden alle relevante informatie, waaronder van de huisarts en oogarts, betrokken bij hun beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, onder meer over het ontbreken van aanvullende informatie en de geschiktheid van de functies. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht het medisch onderzoek en de motivering van het UWV had beoordeeld als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd.
De Raad wees ook het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af, omdat er geen sprake was van een ongelijkwaardige procespositie (equality of arms). De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.