ECLI:NL:CRVB:2023:2310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellante ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding met psychische klachten. Het UWV beëindigde deze uitkering per 6 augustus 2021, omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek geschikt werd geacht voor haar eigen werk of passende functies. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond vanwege de zorgvuldigheid van het UWV-medisch onderzoek en het ontbreken van nieuwe medische informatie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat haar beperkingen zwaarder waren dan aangenomen, en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische klachten en re-integratieadviseur. De Raad liet een spreekuuronderzoek plaatsvinden en concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat was opgesteld, inclusief de artrose en psychische problematiek.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat appellante geschikt was voor haar eigen werk, en het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel aan de medische beoordeling. Hoewel een formeel gebrek in het besluit werd vastgesteld, werd dit gepasseerd omdat appellante daardoor niet werd benadeeld. Het hoger beroep werd afgewezen, de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand, en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering van appellante wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.