ECLI:NL:CRVB:2023:2323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft in 2014 een Wajong-uitkering aangevraagd, welke door het UWV is afgewezen omdat hij met zijn beperkingen meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. Na meerdere procedures en een eerdere uitspraak van de Raad in 2018, heeft appellant in 2019 opnieuw een verzoek ingediend om terug te komen op het besluit. Dit verzoek is afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het eerdere besluit onjuist maken.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, met als overweging dat de gestelde nieuwe diagnoses geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormen zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het UWV de beperkingen van appellant al had meegewogen in de eerdere beoordeling.
Het hoger beroep van appellant, waarin hij nieuwe diagnoses als Kallmann syndroom, ASS, diabetes en jicht aanvoert, leidt niet tot een ander oordeel. De Raad stelt dat deze diagnoses geen nieuwe relevante feiten zijn die het besluit evident onredelijk maken. De afwijzing blijft daarmee in stand en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om terug te komen op het besluit tot weigering van de Wajong-uitkering.