ECLI:NL:CRVB:2023:2325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajong-aanvraag wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op 17e en 18e verjaardag
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, gebaseerd op vermeende beperkingen door ziekte van zijn zeventiende tot achttiende verjaardag. Het UWV heeft deze aanvraag geweigerd omdat onvoldoende medisch bewijs aanwezig was om beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek vast te stellen. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en het medisch dossier als zorgvuldig en overtuigend werden beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de ziekte van Kawasaki had doorgemaakt en daardoor arbeidsongeschikt was, maar kon dit niet met medisch bewijs onderbouwen. De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat niet kan worden vastgesteld dat appellant op de relevante leeftijd arbeidsongeschikt was. De bewijslast voor deze laattijdige aanvraag ligt bij appellant, en het ontbreken van medische gegevens leidt tot afwijzing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven. De weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid op de relevante leeftijd.