ECLI:NL:CRVB:2023:2338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening korting ouderdomspensioen ondanks detentieperiodes
Appellant, geboren in Turkije en woonachtig in Nederland, kreeg bij besluit van 20 december 2017 een korting van 44% op zijn AOW-pensioen vanwege niet-verzekerde periodes. Na bezwaar verlaagde de Sociale verzekeringsbank (Svb) deze korting naar 38%, gebaseerd op nieuwe adresgegevens waaruit bleek dat appellant over een deel van de periode wel verzekerd was.
Appellant stelde dat hij tijdens de niet-verzekerde periodes in Nederland in detentie had gezeten, wat volgens hem recht zou geven op herziening van het besluit. Ter onderbouwing overhandigde hij rechterlijke uitspraken. De rechtbank oordeelde dat appellant ook verzekerd was geweest van 2 oktober 1996 tot 20 mei 1997, waardoor de korting van 38% standhield.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat de aangeleverde stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die herziening rechtvaardigen. De Raad concludeert dat het besluit van de Svb niet evident onredelijk is en dat appellant geen recht heeft op een verdere verlaging van de korting. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De korting op het ouderdomspensioen van 38% blijft in stand; het hoger beroep wordt afgewezen.