ECLI:NL:CRVB:2023:234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de voortzetting van een Ziektewetuitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing genomen, waarbij de Ziektewetuitkering vanaf 19 oktober 2017 werd voortgezet, waarna appellante het hoger beroep introk.
De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €4.960,50. Daarnaast is de Staat der Nederlanden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure.
De overschrijding betrof een procedureduur van bijna vijf jaar, terwijl de redelijke termijn voor een dergelijke procedure maximaal vier jaar bedraagt. Ook is de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante ter hoogte van €418,50 in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 1 februari 2023 en betreft een bestuursrechtelijke procedure binnen het sociale zekerheidsrecht.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot betaling van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.