Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het Uwv en de toekenning van een WIA-uitkering. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep van appellant ongegrond had verklaard.
De Raad heeft een onafhankelijk deskundige benoemd die een uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek heeft verricht. De deskundige concludeerde dat appellant met de vastgestelde beperkingen in staat is de geselecteerde functies, waaronder routechauffeur, te verrichten. De Raad volgt deze deskundige en acht de motivering overtuigend.
De Raad oordeelt dat het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld op 51,76% per 15 juni 2017 en 52,49% per 15 juni 2019. De bezwaren van appellant over een urenbeperking en beperkingen bij hoofdbewegingen worden niet gevolgd. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant.