ECLI:NL:CRVB:2023:2367

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 december 2023
Publicatiedatum
13 december 2023
Zaaknummer
21/872 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 AwbArt. 7:15 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure nam het UWV op 21 februari 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar op verzoek van appellant kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van € 4.185,- aan proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 230,-. Er werd geen vergoeding toegekend voor kosten in bezwaar omdat appellant die zelf had ingediend of niet tijdig een verzoek had gedaan.

De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander namens de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2023.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming in bezwaar.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 december 2023
21/872, 21/873 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 27 januari 2021, 20/146, 20/1550 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.F. Briedé hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 november 2022. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Briedé. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.K. Affia.
Het Uwv heeft op 21 februari 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 21 februari 2023 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 2.511,- in beroep (2 punten voor het indienen van beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.674,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding voor verleende rechtsbijstand € 4.185,-.
Voor een vergoeding van de gemaakte kosten in bezwaar in procedurenummer 21/872 bestaat geen grond, omdat appellant destijds zelf bezwaar heeft gemaakt.
Voor een vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten in procedurenummer 21/873 bestaat geen grond omdat niet gebleken is dat appellant tijdig een daartoe strekkend verzoek heeft gedaan, zoals bepaald in artikel 7:15, derde lid, van de Awb.
Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 4.185,- te betalen door het Uwv aan appellant;
  • bepaalt dat het Uwv het aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 230,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2023.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) M.D.F. de Moor