ECLI:NL:CRVB:2023:2372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid per 9 mei 2016. Het UWV heeft de uitkering geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 14 maart 2018. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische beperkingen, waaronder nek- en armklachten, longembolie post partum, adenomyose, vitamine B12-tekort en ADHD, onvoldoende waren meegewogen. De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat de FML de beperkingen juist en volledig weergaf.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.