ECLI:NL:CRVB:2023:241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies volgens Wet WIA
Appellante was werkzaam als [Functie] en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 80 tot 100%, later bij bezwaar en beroep aangepast naar 76,91% op basis van een herziene Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen passend waren vertaald in de FML. De rechtbank vond de voorbeeldfuncties geschikt binnen de belastbaarheid van appellante.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat, dat aggravatie niet was vastgesteld en dat een grotere urenbeperking op preventieve gronden passend zou zijn. De Raad verwierp deze gronden, bevestigde de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de motivering van het UWV.
De Raad concludeerde dat appellante niet volledig arbeidsongeschikt is en daarom niet in aanmerking komt voor een IVA-uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op 76,91%, waardoor appellante geen recht heeft op een IVA-uitkering.