ECLI:NL:CRVB:2023:2419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in socialezekerheidszaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een socialezekerheidszaak. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierop trok appellante het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar op verzoek van de indiener kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad stelde vast dat het UWV volledig aan de bezwaren tegemoet was gekomen met de gewijzigde beslissing.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op €1.674,- per fase, en gaf gedeeltelijk gehoor aan de gevorderde vergoeding voor deskundigenkosten. Administratieve kosten werden niet vergoed. Ook werden kosten voor medische informatieverzoeken en griffierechten toegewezen.
De totale proceskostenveroordeling bedroeg €5.707,71, exclusief griffierecht dat het UWV eveneens moest vergoeden. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander namens de Centrale Raad van Beroep op 21 december 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €5.707,71 aan proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.