ECLI:NL:CRVB:2023:2424

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
22/3335 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 AwbArt. 8:113 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV. Na een eerdere vernietiging door de Raad en een nieuwe beslissing van het UWV op 20 september 2022, heeft appellant het hoger beroep ingetrokken omdat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 8 december 2022 aan de bezwaren tegemoet is gekomen.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten omdat het UWV geen verweerschrift heeft ingediend en het beroep is ingetrokken. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift worden veroordeeld in de proceskosten indien het geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoet is gekomen.

De Raad oordeelt dat het UWV de proceskosten van appellant die redelijkerwijs zijn gemaakt in verband met de behandeling van het beroep moet vergoeden. De kosten worden begroot op €837,- voor verleende rechtsbijstand en daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van €50,- vergoeden.

De uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek namens de Centrale Raad van Beroep op 21 december 2023.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €837 en griffierecht van €50 aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 december 2023
22/3335 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 4 juli 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:1536) heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 december 2021 vernietigd, het beroep tegen het besluit van
2 januari 2020 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Hierbij heeft de Raad het Uwv opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen en met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat tegen het door het Uwv nieuw te nemen besluit slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld. Ter uitvoering van deze uitspraak heeft het Uwv het besluit van 20 september 2022 genomen.
Namens appellant heeft mr. S.C. Scheermeijer, advocaat, beroep ingesteld.
Op 8 december 2022 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Namens appellant heeft mr. Scheermeijer het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Awb is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Namens appellant is het beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 8 december 2022 alsnog aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv de gemaakte kosten in bezwaar heeft vergoed, moet de Raad alleen nog oordelen over de in beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op €837,- in beroep voor verleende rechtsbijstand.
Ook dient het Uwv het door appellant in beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van €837,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep betaalde griffierecht van in totaal
€50,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2023.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai