ECLI:NL:CRVB:2023:2429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 53,15% in hoger beroep WIA-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het Uwv, die aanvankelijk op 50,16% was vastgesteld. Na een heronderzoek en een nieuw besluit van het Uwv is de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 53,15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het medisch en arbeidskundig onderzoek opnieuw beoordeeld en concludeert dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat appellant niet meer beperkingen heeft dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 2 maart 2022 zijn opgenomen. De Raad oordeelt dat de beperkingen voldoende zijn gemotiveerd en dat appellant de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies kan vervullen.
Appellant voerde aan dat hij door energetische beperkingen en pijn een urenbeperking heeft, maar dit is onvoldoende onderbouwd met medische gegevens die afwijken van het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de subjectieve klachtenbeleving niet bepalend is, maar het objectief medisch vastgestelde.
Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit blijft in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 28 augustus 2020 voor 53,15% arbeidsongeschikt is vastgesteld en de geselecteerde functies kan vervullen.