Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:2432

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
22/1769 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:64 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-zaak. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 2.116,26, inclusief reiskosten en griffierecht.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van deze kosten aan appellant en sloot het onderzoek zonder verdere zitting. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 13 december 2023.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 december 2023
22/1769 WIA, 23/561 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 april 2022, 20/3605 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.M. Voogt hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 12 december 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2022. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Voogt. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J.M.M. de Poel.
Het onderzoek ter zitting is vervolgens geschorst.
Het Uwv heeft met een beslissing op bezwaar van 12 mei 2023 het besluit van 12 december 2022 gewijzigd.
Op 4 juli 2023 heeft mr. Voogt namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.
Onder toepassing van artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 mei 2023 aan zijn bezwaren tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 2.092,50 (1 punt voor het indienen van een hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met wegingsfactor 1 en 1 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze, met wegingsfactor 0,5). De reiskosten die appellant heeft moeten maken in verband met het bijwonen van de zitting bij de Raad, komen tot een bedrag van € 23,76 voor vergoeding in aanmerking. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 2.116,26.
Ook dient het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.116,26;
  • bepaalt dat het Uwv aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2023.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) M.D.F. de Moor