ECLI:NL:CRVB:2023:2433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Indicatie banenafspraak wegens vermogen tot minimumloon
Appellante, geboren in 2002 en met een vorm van autisme en een IQ van 71, vroeg een Indicatie banenafspraak aan bij het Uwv. Het Uwv weigerde deze indicatie omdat uit medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat zij in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen door het uitvoeren van een drempelfunctie.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige voldoende had onderbouwd dat appellante de functie van medewerker steksteken kan vervullen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onderschat zijn en dat zij de functie niet op lange termijn kan volhouden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Uwv zorgvuldig heeft gehandeld, de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende gemotiveerd zijn en dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij het minimumloon niet kan verdienen. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Indicatie banenafspraak blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Indicatie banenafspraak omdat appellante in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen.