ECLI:NL:CRVB:2023:2435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante ontving een loongerelateerde WIA-uitkering vanaf 18 september 2020 met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na bezwaar van de ex-werkgever stelde een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep vast dat appellante slechts 18,15% arbeidsongeschikt was. Op basis hiervan besloot het UWV de WGA-uitkering per 12 april 2021 te beëindigen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de functies van archiefmedewerker niet geschikt zijn vanwege haar beperkingen in het hanteren van emotionele problemen van anderen, en dat de arbeidsdeskundige haar niet voldoende ruimte gaf om in eigen tempo terug te keren. De Raad volgde dit niet en bevestigde dat de functies passend zijn, mede omdat het contact met emotionele problemen minimaal is en zij hulp kan vragen indien nodig.
De Raad concludeerde dat het UWV de uitkering terecht heeft beëindigd en dat er geen aanleiding was voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering per 12 april 2021 terecht is beëindigd.