ECLI:NL:CRVB:2023:2454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een socialezekerheidszaak. Het UWV nam op 8 juni 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de kosten kan worden veroordeeld. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €3.355,46, en het betaalde griffierecht van €185.
Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten omdat het UWV geen verweerschrift had ingediend. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 21 december 2023 door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €3.355,46 en griffierecht van €185 na intrekking van het hoger beroep.