ECLI:NL:CRVB:2023:2459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro bepaalt dat dit ook geldt voor hoger beroep. Appellant is tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,00, met een uiterste betaaldatum. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek in aanwezigheid van griffier N. ter Heerdt en uitgesproken in het openbaar op 12 december 2023.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep. De indiener van het verzetschrift kan verzoeken om te worden gehoord.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.