ECLI:NL:CRVB:2023:2464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure werd een deskundigenrapport van een psychiater uitgebracht, waarna het UWV zijn standpunt wijzigde en alsnog een uitkering toekende met ingang van 1 juni 2020.
Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad wees op de toepasselijkheid van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht, die vergoeding van kosten mogelijk maken bij tegemoetkoming van het bestuursorgaan.
De Raad beoordeelde de redelijkheid van de gevorderde kosten, waaronder kosten van rechtsbijstand en een medisch adviseur, en stelde de vergoeding vast op €4.888,78, inclusief griffierecht. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van deze kosten aan appellant.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.888,78 aan proceskosten en €182,- griffierecht aan appellant na intrekking van het hoger beroep.