ECLI:NL:CRVB:2023:2464

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
21/2829 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 AwbArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtBesluit tarieven in strafzaken 2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure werd een deskundigenrapport van een psychiater uitgebracht, waarna het UWV zijn standpunt wijzigde en alsnog een uitkering toekende met ingang van 1 juni 2020.

Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad wees op de toepasselijkheid van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht, die vergoeding van kosten mogelijk maken bij tegemoetkoming van het bestuursorgaan.

De Raad beoordeelde de redelijkheid van de gevorderde kosten, waaronder kosten van rechtsbijstand en een medisch adviseur, en stelde de vergoeding vast op €4.888,78, inclusief griffierecht. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van deze kosten aan appellant.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.888,78 aan proceskosten en €182,- griffierecht aan appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 december 2023
21/2829 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 23 juni 2021, 20/4793 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.E. de Hoop hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2022. De Raad heeft het onderzoek heropend en dr. F.B. van der Wurff, psychiater, als deskundige benoemd. De deskundige heeft op 23 mei 2023 rapport uitgebracht.
Naar aanleiding van het deskundigenrapport heeft het Uwv zijn standpunt gewijzigd en op 17 juli 2023 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarbij appellant alsnog met ingang van 1 juni 2020 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is toegekend.
Appellant kan zich geheel vinden in de nieuwe beslissing op bezwaar, heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 17 juli 2023 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Appellant heeft verzocht om vergoeding van kosten van verleende rechtsbijstand in beroep en in hoger beroep en de kosten van de door hem ingeschakelde medisch adviseur R.M. Hulst. De factuur van deze medisch adviseur van 8 maart 2021 bedraagt € 1.905,75 en ziet op in totaal 9,5 uren.
Op grond van artikel 2, eerste lid aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) wordt de vergoeding van de kosten van een door een partij ingeschakelde deskundige vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken. Bij het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts) zijn deze tarieven vastgesteld. Artikel 2 van Pro het Bts is van toepassing op de vergoeding van het op verzoek van appellant door medisch adviseur Hulst verrichte onderzoek. In dit artikel is bepaald dat ten hoogste € 134,04 (2021) per uur wordt vergoed. Op grond van artikel 15 van Pro het Bts worden de bedragen verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten van rechtsbijstand worden begroot op € 1.674,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting) en € 1.674,- in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting). De kosten van het door medisch adviseur Hulst opgemaakte rapport worden vergoed tot een bedrag van € 1.540,78 (9,5 uur * € 134,04 * 1,21 BTW). In totaal bedraagt de vergoeding € 4.888,78.
Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 4.888,78;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 182,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2023.
(getekend) S. Wijna
(getekend) M.D.F. de Moor