ECLI:NL:CRVB:2023:2490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken blijvende behoefte aan permanent toezicht
Appellante, geboren in 1978, heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) vanwege diverse fysieke en psychische klachten. Het CIZ heeft deze aanvraag afgewezen, omdat op basis van een medisch advies geen sprake is van een noodzaak voor 24 uur per dag zorg of permanent toezicht. De huisarts bevestigde dat er geen sprake is van een verstandelijke beperking en dat de beperkingen van appellante onvoldoende verklaard kunnen worden.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante tegen de afwijzing ongegrond verklaard, stellende dat het CIZ voldoende heeft gemotiveerd dat er geen blijvende behoefte is aan intensieve zorg. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar situatie ernstig is en dat ze niet in staat is zelf hulp te vragen, maar heeft dit niet onderbouwd met medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Het advies van de medisch adviseur is zorgvuldig tot stand gekomen en er is geen aanleiding om aan de juistheid ervan te twijfelen. Het hoger beroep wordt verworpen, het bestreden besluit blijft in stand en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor Wlz-zorg wordt afgewezen wegens ontbreken van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurszorg.