Uitspraak
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die een ouderdomspensioen uit Nederland ontving. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de Algemene nabestaandenwet (ANW) en ook niet onder de Marokkaanse sociale zekerheidswetgeving viel.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de echtgenoot niet verzekerd was, mede omdat hij sinds 2002 in Marokko woonde en werkte, en niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW. De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en wees het hoger beroep af. De financiële situatie van appellante en haar verzoek om betaling van premies voor vrijwillige verzekering konden het oordeel niet wijzigen.
De Raad benadrukte dat de ANW dwingende bepalingen kent omtrent het verzekerd zijn, waardoor geen ruimte bestaat voor afwijkingen op basis van andere omstandigheden. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering aan appellante.