ECLI:NL:CRVB:2023:2511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag algemene en bijzondere bijstand wegens onvoldoende inzicht financiële situatie
Appellant diende op 6 april 2020 aanvragen in voor algemene bijstand en bijzondere bijstand voor inrichtingskosten van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas wees deze aanvragen op 28 april 2020 af omdat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
Appellant maakte bezwaar tegen de besluiten, maar het college verklaarde deze bezwaren ongegrond. De rechtbank bevestigde de afwijzing in een uitspraak van 14 februari 2022. In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel voldoende inzicht had gegeven en dat het college ten onrechte de bijstandaanvraag vanaf 6 april 2020 had afgewezen, terwijl bijstand vanaf 5 mei 2020 wel was toegekend.
De Raad oordeelde dat de bewijslast voor bijstandbehoevendheid bij appellant ligt en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De toelichting op de bijschrijvingen en stortingen op zijn bankrekening was onvoldoende concreet en verifieerbaar. Het college had terecht geweigerd bijstand toe te kennen per 6 april 2020. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvragen om algemene en bijzondere bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie.