ECLI:NL:CRVB:2023:2517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig afsluiten zorgverzekering ondanks gemoedsbezwaren
Appellante werd door het CAK aangemaand om binnen drie maanden een zorgverzekering af te sluiten. Bij het uitblijven hiervan legde het CAK een boete van €426,24 op. Appellante kreeg pas na deze termijn ontheffing wegens gemoedsbezwaren van de Sociale Verzekeringsbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante voldoende tijd had gehad om een verzekering af te sluiten of tijdig ontheffing aan te vragen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij pas op 1 juli 2021 via het CAK van de ontheffingsmogelijkheid hoorde en dat haar aanvraag door nalatigheid van de Sociale Verzekeringsbank niet tijdig werd verwerkt. De Raad stelde vast dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd en onderschreef de motivering van de rechtbank.
De Raad oordeelde dat de termijn van drie maanden voldoende was en dat het risico van het niet tijdig afsluiten voor appellante kwam. Er was geen reden om de boete te vernietigen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering wordt bevestigd.