ECLI:NL:CRVB:2023:2519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken schriftelijke machtiging en niet betalen griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te overleggen. Deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan. Vervolgens is appellante nogmaals in de gelegenheid gesteld de machtiging te overleggen, wederom zonder resultaat.
Daarnaast is appellante meerdere malen gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,-, dat niet is voldaan binnen de gestelde termijnen. Gezien het ontbreken van de schriftelijke machtiging en het niet betalen van het griffierecht, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.J. Janssen en uitgesproken in het openbaar op 12 december 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging en het niet voldoen van het griffierecht.