ECLI:NL:CRVB:2023:252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV heeft vervolgens op 3 oktober 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant op 17 oktober 2022 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het mogelijk het bestuursorgaan te veroordelen in de kosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de bezwaren tegemoet is gekomen.
De Raad heeft geoordeeld dat het UWV de kosten die appellant in bezwaar heeft gemaakt reeds heeft vergoed, maar dat het UWV nog moet worden veroordeeld in de kosten die appellant in beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskostenvergoeding is vastgesteld op in totaal € 2.511,-, bestaande uit € 1.674,- voor het beroep en € 837,- voor het hoger beroep. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier K.M. Geerman, en uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2023.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.511,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.