ECLI:NL:CRVB:2023:2522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en rentevergoeding na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing WIA
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV omtrent een WIA-uitkering. Tijdens de procedure kwam het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Raad heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding toegewezen en het UWV veroordeeld tot betaling van € 2.092,50 aan proceskosten, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,-. De wettelijke rente over de na te betalen uitkering is eveneens toegewezen, met verwijzing naar een eerdere uitspraak voor de berekeningswijze.
De derde-belanghebbende ex-werkgever heeft niet aan de zitting deelgenomen. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten na intrekking van het hoger beroep. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 december 2023.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, proceskosten van € 2.092,50 en vergoeding van het griffierecht van € 136,-.