ECLI:NL:CRVB:2023:2539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst op gebrekkige medische grondslag UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid
In deze tweede tussenuitspraak in hoger beroep tegen het UWV heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat het bestreden besluit nog steeds niet gebaseerd is op een deugdelijke medische grondslag, in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Na een eerder tussenuitspraak van 26 april 2022 heeft het UWV aanvullend medisch onderzoek laten verrichten en een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. Deze FML bevatte aanvullende beperkingen vanwege medicijngebruik, maar ook het schrappen van beperkingen die eerder waren toegekend vanwege niet-verzekerde klachten.
Appellant betoogde dat het schrappen van beperkingen in strijd is met de goede procesorde en dat bepaalde beperkingen verband houden met zijn rugklachten en medicatiegebruik. De Raad volgde appellant deels, met name over het onterecht vervallen van beperkingen op het gebied van hitte, koude, tocht en ploegendiensten, die volgens medische protocollen wel verband kunnen houden met rugklachten.
De Raad concludeerde dat het UWV het besluit moet herstellen door de FML aan te passen conform deze overwegingen en vervolgens de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw te beoordelen. Het UWV krijgt acht weken de tijd om dit te doen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door de FML aan te passen en de arbeidsongeschiktheid opnieuw te beoordelen.