ECLI:NL:CRVB:2023:254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen het besluit van het UWV om aan een (ex-)werknemer een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen wegens volledige arbeidsongeschiktheid, maar zonder recht op een IVA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam werd geacht.
De rechtbank Gelderland had het beroep van de werkgever ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep had vastgesteld dat de (ex-)werknemer in juli 2018 aanzienlijk was opgeknapt en geen indicatie bestond voor duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vond het niet noodzakelijk om verder informatie in te winnen bij behandelaars.
In hoger beroep voerde de werkgever aan dat de motivering ondeugdelijk was en verwees naar een latere toekenning van een IVA-uitkering per juli 2020 en het overlijden van de (ex-)werknemer in september 2020. De Centrale Raad oordeelde dat de situatie op de datum in geding (7 februari 2018) bepalend is en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende had onderbouwd dat de arbeidsongeschiktheid toen niet duurzaam was.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; WGA-uitkering terecht toegekend omdat arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.