ECLI:NL:CRVB:2023:285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen wegens niet verschijnen en gezamenlijke huishouding
Appellant heeft twee aanvragen om bijstand ingediend die beide zijn afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De eerste aanvraag werd afgewezen omdat appellant niet is verschenen op twee verplichte gesprekken, ondanks correcte uitnodigingen. De rechtbank oordeelde dat appellant hiermee zijn medewerkingsverplichting schond, wat de afwijzing rechtvaardigde.
De tweede aanvraag werd afgewezen omdat appellant samenwoont met zijn zus, waarmee sprake is van een gezamenlijke huishouding. De rechtbank stelde vast dat er wederzijdse zorg bestaat tussen appellant en zijn zus, onder meer door gezamenlijke huishoudelijke taken en financiële bijdragen. Appellant voerde geen voldoende tegenbewijs aan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraken van de rechtbank Amsterdam en wijst de hoger beroepen af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad over het begrip gezamenlijke huishouding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens niet verschijnen op gesprekken en het bestaan van een gezamenlijke huishouding.