Appellant ontvangt sinds 2012 bijstand en werd in mei 2017 uitgenodigd voor een gesprek op korte termijn. Hij verscheen niet omdat hij de uitnodiging pas na het gesprek zag. Het college schortte daarop zijn bijstand op. Later werd appellant vanwege niet-nakomen van afspraken in een re-integratietraject gekort op zijn bijstand.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het uitgangspunt dat een uitnodiging die de dag voor een gesprek in de brievenbus wordt gedaan tijdig is ontvangen, moet worden aangepast. Bij een termijn korter dan 72 uur is het appellant in beginsel niet te verwijten niet te zijn verschenen.
De Raad vernietigt daarom het besluit tot opschorting van 30 mei 2017 en het daarop gebaseerde besluit van 20 juli 2017. De maatregel wegens het niet nakomen van re-integratieverplichtingen wordt echter bevestigd omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hem geen verwijt treft.
De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.