ECLI:NL:CRVB:2023:286

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 februari 2023
Publicatiedatum
16 februari 2023
Zaaknummer
22 / 3011 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep Raad van Beroep in Ambtenarenzaken Aruba

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba. Deze procedure volgt op een uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, waarin het beroep van appellant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van gronden en een verzoek om uitstel.

Appellant stelt dat fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden en verzoekt het appelverbod te doorbreken. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in artikel 8:104 regelt Pro tegen welke uitspraken van de rechtbank hoger beroep openstaat, maar geen voorziening bevat voor hoger beroep tegen uitspraken van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba.

Daarom is de Raad kennelijk onbevoegd om van het ingestelde hoger beroep kennis te nemen en wordt zonder verder onderzoek beslist. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en wijst het hoger beroep af, met terugbetaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 februari 2023
22/3011 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba van 17 augustus 2022, AUA2022H00058 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Gouverneur van Aruba (gouverneur)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld, door hem een verzoekschrift doorbreking van het rechtsmiddelenverbod ambtenarenrecht genoemd.

OVERWEGINGEN

Op 7 maart 2022 heeft het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba uitspraak gedaan in een geding tussen appellant en de gouverneur. Het door appellant tegen die uitspraak ingestelde beroep is bij de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij is overwogen dat appellant geen gronden heeft ingediend en evenmin om uitstel daarvoor heeft verzocht.
Appellant heeft naar voren gebracht dat bij de totstandkoming van de aangevallen uitspraak fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden en dat er daarom reden is om het appelverbod te doorbreken. Hij heeft de Raad verzocht de aangevallen uitspraak te vernietigen, zodat de procedure bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba kan worden vervolgd.
Daarover wordt het volgende overwogen. Appellant heeft een procedure in Aruba gevolgd op grond van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak en heeft vervolgens bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba. Op grond van artikel 8:104, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan hoger beroep worden ingesteld tegen de in dat artikellid vermelde uitspraken van de rechtbank. In artikel 8:104, tweede lid, van de Awb is geregeld tegen welke uitspraken van de rechtbank geen hoger beroep openstaat. In een hogerberoepsprocedure naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba is in de Awb in het geheel niet voorzien. Aan de vraag of er reden is voor doorbreking van een uit de Awb volgend appelverbod kan daarom niet worden toegekomen.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier aan appellant wordt terugbetaald.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart zich onbevoegd;
  • bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 274,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2023.
(getekend) Y. Sneevliet
(getekend) P.W.J. Hospel
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- verklaart zich onbevoegd;
- bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 274,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2023.
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.