ECLI:NL:CRVB:2023:289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Op 8 juni 2022 nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.
De Raad oordeelde dat het UWV, aangezien het reeds de kosten in bezwaar had vergoed, alleen nog veroordeeld kon worden in de kosten die appellante redelijkerwijs in beroep en hoger beroep had moeten maken. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 2.929,50 voor verleende rechtsbijstand en € 34,10 voor reiskosten.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal € 2.963,60 aan proceskosten. Vergoeding van het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV claimen. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 15 februari 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.963,60 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.