ECLI:NL:CRVB:2023:291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 25 augustus 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarbij gedeeltelijk aan de bezwaren van appellante werd tegemoetgekomen. Naar aanleiding hiervan trok appellante haar hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming in de bezwaren, op verzoek van de indiener, in de kosten kan worden veroordeeld. De Raad besloot het UWV te veroordelen in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten werden begroot op € 837,- voor verleende rechtsbijstand, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Vergoeding van eigen bijdragen werd afgewezen omdat deze niet in de limitatieve opsomming van het Bpb zijn opgenomen. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 15 februari 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 837,- na intrekking van het hoger beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming.