ECLI:NL:CRVB:2023:297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 43,35% door UWV
Appellant heeft zich in hoger beroep gericht tegen het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld op 43,35%. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van juli 2021, concludeerden de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en overwogen dat de beperkingen juist waren vastgesteld, mede omdat meer beperkingen een anti-revaliderend effect zouden kunnen hebben. Appellant voerde aan dat deze motivering onduidelijk en onjuist was en dat het ontbreken van behandeling geen reden is om klachten niet te erkennen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld en dat de verzekeringsarts zijn standpunt voldoende heeft gemotiveerd. De Raad wijst erop dat inactiviteit de conditie van appellant belemmert en een vicieuze cirkel van klachten kan veroorzaken. Appellant heeft geen medische stukken overgelegd die zijn standpunt ondersteunen.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 43,35% wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.