ECLI:NL:CRVB:2023:302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellant, voormalig docent, meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten vast dat appellant voor 38,90% arbeidsongeschikt is en kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellant maakte bezwaar en bracht onder meer een psychologisch rapport in, maar de rechtbank weigerde dit rapport in te brengen wegens strijd met de goede procesorde.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet wist dat hij het psychologisch rapport eerder had moeten indienen en verzocht alsnog om toelating hiervan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht het verzoek tot aanhouding en inbreng van het rapport had afgewezen, omdat dit rapport ruim voor de zitting beschikbaar was en appellant dit eerder had kunnen overleggen.
De Raad bevestigde dat de rapporten van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen van het UWV voldeden aan de zorgvuldigheidsvereisten en dat appellant onvoldoende medische informatie had ingebracht om het oordeel over zijn beperkingen te betwisten. Ook de geschiktheid van de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening was gebaseerd, werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant correct heeft vastgesteld op 38,90%.