ECLI:NL:CRVB:2023:303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn overschreden bij WAO-uitkering, geen verschoonbare reden
Appellant, woonachtig in Turkije, ontving een WAO-uitkering die door het UWV werd stopgezet vanwege het niet aanleveren van een levensbewijs. Na het insturen van een verklaring van in leven zijn, werd de uitkering vanaf 1 juli 2020 weer hervat. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend en dat de omstandigheden, waaronder ziekte van de gemachtigde en advies van het UWV om een herzieningsverzoek in te dienen, geen verschoonbare reden vormden voor de termijnoverschrijding. De brief van januari 2021 werd niet als bezwaar aangemerkt omdat daarin niet expliciet werd verwezen naar het primaire besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV hem had misleid door te adviseren een herzieningsverzoek in te dienen in plaats van bezwaar te maken, en dat telefoonnotities relevant waren voor de beoordeling. Het UWV leverde deze notities aan waaruit bleek dat er geen sprake was van misleiding en dat tijdig bezwaar mogelijk was geweest.
De Raad concludeerde dat de bezwaartermijn inderdaad was overschreden zonder verschoonbare reden en dat de stelling van misleiding niet werd gevolgd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de overschrijding van de bezwaartermijn wordt niet verschoonbaar geacht.