ECLI:NL:CRVB:2023:306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IOW-uitkering wegens niet voldoen jareneis door werkzaamheden op Caribisch eiland
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet Inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW), welke door het UWV is afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de jareneis zoals bedoeld in artikel 42 van Pro de WW. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en geoordeeld dat het loon uit een dienstbetrekking buiten Nederland, waaronder werkzaamheden op een Caribisch eiland, niet meetelt voor de jareneis.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn arbeidsverleden op het Caribisch eiland meegeteld moest worden bij de beoordeling van de jareneis. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de rechtbank dat het Caribisch eiland, ondanks dat het tot Caribisch Nederland behoort, niet als Nederland wordt beschouwd voor de toepassing van de WW en dat het Caribisch Nederlands socialezekerheidsstelsel een eigen systematiek kent.
De Raad baseerde zich op de relevante wetsartikelen, waaronder artikel 42 van Pro de WW, artikel 3 van Pro de WW, en bepalingen uit de Invoeringswet, en concludeerde dat appellant niet voldoet aan de jareneis. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de IOW-uitkering bevestigd omdat werkzaamheden op het Caribisch eiland niet meetellen voor de jareneis.