ECLI:NL:CRVB:2023:321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in TOZO-zaak
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in een TOZO-zaak. Kort na het indienen van het verweerschrift heeft het college het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft vervolgens verzocht om proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting en geoordeeld dat het college op grond van artikel 8:118 Awb Pro in de proceskosten moet worden veroordeeld.
De kosten zijn begroot op € 837,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Het college had aangegeven bereid te zijn één punt aan proceskosten te vergoeden, wat door de Raad is overgenomen. De uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, en uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2023.
Deze uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bij intrekking van hoger beroep op verzoek van de wederpartij kunnen worden veroordeeld tot vergoeding van de redelijk gemaakte proceskosten, conform de toepasselijke bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wordt veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan betrokkene.