ECLI:NL:CRVB:2023:324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AOW-pensioen wegens ontbreken verzekering in Nederland 1977-1980
Appellant heeft in april 2019 een AOW-pensioen aangevraagd met de stelling dat hij tussen 1977 en 1980 in Nederland heeft gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellant niet verzekerd was voor de AOW. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van verblijf of werk in Nederland in die periode.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Svb had zorgvuldig onderzoek gedaan bij diverse instanties en in eigen archieven, maar vond geen bewijs dat appellant in Nederland woonde of werkte. Appellant kon zijn stellingen niet met documenten onderbouwen.
De Raad concludeerde dat appellant niet verzekerd was geweest voor de AOW en daarom geen recht heeft op een ouderdomspensioen. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Nederland verzekerd was voor de AOW tussen 1977 en 1980.